Het Günther Messner-bivak werd in 1972 op een hoogte van 2.529 meter in het Pfitschertal geplaatst. Het bevond zich onder de ijswand van de Hochferner en van de Hochfeiler, in de buurt van de Oostenrijkse grens.
In 1972, toen het bivak werd geplaatst, trad het Zuid-Tiroolse Autonomiestatuut in werking. In 1919 werd Tirol door de vredesverdragen van Saint-Germain verdeeld.
Een bivak is over het algemeen een kleine en eenvoudige constructie. Het moet zowel een toevluchtsoord zijn als een ontmoetingsplaats, een plek van begrip en confrontatie.
Het project Bivacco werd in het leven geroepen bij de honderdste verjaardag van de vredesverdragen van Saint-Germain. Het werd tentoongesteld op de 58e kunstbiënnale in Venetië. Het bivak is een allegorie van Italië midden in de Alpen, een land dat altijd door mensen en dieren is doorkruist. Het idee was daarom de macht van grenzen op te heffen, zodat deze door mensen overschreden kunnen worden. De zee en de Alpen staan in nauwe verbinding.
De biënnale van Venetië ondersteunt Zuid-Tiroolse kunstenaars en probeert hun kunst in de wereld te verspreiden. Verschillende kunstenaars hebben met en rond het bivak gewerkt. Hoofdzakelijk gaat het in de interpretatie om de verbinding van de natuur en de bergen met de mens, maar ook om vrijheid. Ook de genetische band tussen Reinhold Messner en zijn broer Günther wordt weergegeven.
De boodschap van vrede moet vanuit een klein land de wereld bereiken.