De in 1436 vermelde kerk kreeg rond 1500 haar huidige vorm in eenvoudige laatgotische stijl. Via twee rondboogdeuren in een afgeschuinde stenen omlijsting komt men binnen. Het interieur wordt gekenmerkt door een netgewelf met rijkelijk ribbenwerk. Helaas vielen ondanks bewaking in 1979 de kostbaarste kunstvoorwerpen ten prooi aan kerkvandalen. Westelijk, enkele meters lager, bevindt zich de bronnenkapel. Volgens een daar opgehangen votieftafel liet Jakob Kofler, pachter op de Jörgenberg, haar in 1716 bouwen naar aanleiding van zijn gelukkige redding uit een op hem gevallen hooihoop. In plaats van het altaar vult een uit tufsteen opgetrokken, driedelige grot, met beelden uit het leven van Johannes de Doper, de gehele koorsruimte. Daarvoor bevindt zich een waterbekken dat in een granieten blok is verzonken. De watertoevoer van dit bassin komt uit een nabijgelegen bron. Vroeger was Haselried een drukbezochte bedevaartsplaats. Men schreef het bronwater een bijzondere geneeskracht toe, dat vroeger voornamelijk tegen oogaandoeningen werkzaam zou zijn geweest. Te allen tijde, maar vooral op Drievuldigheidsmaandag en op het patroonsfeest (24 juni), trokken mensen met hun zorgen en wensen naar Haselried om verlichting van hun lijden en verhoor van hun smeekbeden te vinden.